PLAN B

Expositie in het Agterhuis door Jop Horst. Ruimte in tweeën gedeeld. Eerste ruimte: schilderij van zwartwitvlakken in scheef perspectief. Een lamp erop gericht die aan en uit gaat. Tweede ruimte: zoötroop, ouderwetse filmtrommel, gemaakt van draaiend pickup en zwartwit uitnodigingskaarten.
Zijn expositie lijkt geruisloos voorbij te zijn gegaan. Hebben mensen die er langs liepen het gezien? Is er iemand stil blijven staan voor het raam?
Je zag er zwarte en witte vlakken, zogenaamd geschilderd als, ‘dat kan iedereen.’
En toch, mensen die Jop Horst kennen zijn benieuwd naar zijn werk, juist omdat het niet zomaar is wat hij doet. ‘Je doet iets en je reageert erop…en opnieuw, je doet iets en je reageert erop, op elk moment kan het alle kanten op…’t kan ook hetzelfde blijven…dat is één van de opties.’
Onmiskenbaar is zijn stijl en handschrift, een lijn, een ronde, een vierkant, enorm expressief, ze weergeven het banale en kwetsbare. ‘Vaak is mijn werk zo klaar, meteen goed, is het beter dan als ik er veel werk aan besteed.’
Tekst over zijn werk wilde hij liever niet op de ruit, het kunstwerk moet voor zichzelf spreken vindt hij. Achteraf dan? Ja, is beter. Door sommigen wordt wat hij maakt opgemerkt. Maar wat moet worden opgemerkt? Wat mis je als je niet kijkt?
‘Het is zó’n simpel beeld dat het niet loslaat.’ Jop zit tegenover me, het is maandagochtend, beiden zitten we achter een kop koffie en ons gesprek gaat over zijn expositie in het Agterhuis.
Jop:’Winand zag dat er een hap uit het papier was en Willie zag er een schaakbord in.’ Ik vul aan: ‘Ik zie er het positieve en het negatieve denken in.’
Jop: Het heeft inderdaad wel iets religieus. In Bali was me opgevallen dat ze het geblokte doek gebruiken om abstracte beelden mee te bekleden. Geweven doeken zijn zwartwitte doeken met overgang grijsblok, zoals de ochtendjas die ik nu aan heb. Die werden om figuratieve beelden, zoals apenbeelden, heen geknoopt.
Ik begreep niet waarom. Je kunt denken dat abstracte beelden puurder zijn dan figuratieve beelden. Geweven doeken worden ook door mensen zelf gedragen.
Maar’, Jop kijkt verstoord, ‘dat dacht ik toen. Ik weet nu dat het toeval was wat me toen opviel, blijkbaar zit het toch anders in elkaar.’ Ik lach, gefopt, Jop zet me op het verkeerde been.
Jop vervolgt: ‘Het geblokte doek staat voor structuur, tussen goed en kwaad. Hindoeïsme gaat ervan uit dat het kwade even belangrijk is dan het goede.’
Terwijl Jop vertelt schrijf ik, en Jop vertelt met sonore stem, prettig duidelijk en rustig. Het is maandagochtend heel vroeg. Buiten is het grijs, de lucht die ik kan zien vanuit een klein hoog raam is zwaar van regen.
Ik vraag: ‘Dus het zwart/wit staat voor het goede en het kwade?’
‘Ja…in tijden dat het erg goed gaat worden mensen steeds decadenter en vervagen normen tussen wat goed en slecht is.’
Jop zwijgt even, alsof hij nadenkt en vervolgt, ‘In het verhaal van de Ramayana, wordt verteld over polarisatie, een koning en zijn aanhang verzamelen het goede, de tegenpartij verzamelt het kwaad, deze is even belangrijk, de partijen worden steeds sterker, totdat het losbarst en tot een oorlog komt, dan, als het goed is, wint het goede, omdat het duidelijk is wat het kwaad is en wat het goede is. Op dat moment kan het kwaad overwonnen worden, omdat het duidelijk is wat het is.
Jop’s woorden rustig en bedachtzaam, klinken als een gemakkelijke rekensom.
‘Dan krijg je weer een poos een ideale maatschappij, dat vertroebelt weer na verloop van tijd, het wordt een brij, onderscheid tussen goed en kwaad is niet duidelijk tot er weer polarisatie plaatsvindt, het goede verzamelt goede krachten, het kwade, de kwade krachten, die polarisatie komt tot uiting in die zwartwit geblokte doeken, daar is het niet een beetje kwaad, of een beetje goed.’

Nog steeds is het me ‘zwartwitduidelijk’.
‘In James Bondfilms is het duidelijk wie de goede en wie de slechterik is. De kwaden zijn kwaad en dat vinden ze ook van zichzelf ook, terwijl in het echte leven niemand zichzelf het kwade noemt.’
Ik: het stenigen van vrouwen door moslims?
Jop: nee, je kunt niet zeggen dat dit dé Islam is, het is een uitwas.
Ik: de opkomst van het rascisme in Amerika?
Jop: ja, niet leuk, het negatieve verzamelt zich, terwijl ook het positieve zich verzamelt. Als de recessie doorzet krijgt Obama de schuld en dat is een voedingsbodem voor nog meer ellende.
Jop: ‘Op Bali ontmoette ik een jongen van 15 of twintig jaar dat was moeilijk te schatten, hij sprak perfect Engels en hij legde me uit hoe het kastesysteem op Bali werkt, hij was van de laagste kaste, de boerenkaste. Wat me opviel was dat hij er totaal geen probleem mee leek te hebben dat hij nooit kans maakte om in een hogere kaste te komen, hij had er vrede mee, dat komt omdat hij in reïncarnatie gelooft. Als je gelooft dat je binnen 1 leven in hemel of hel terecht komen, dan moét je wel, dan móet je veranderen van situatie.’
Ik knik en Jop vervolgd gedreven: ‘Het christendom werkt zo: voor eeuwig in hemel of in hel, verder is er geen optie, dat geeft aan oorlog een ander waarde, dan is een oorlog veel definitiever.
Hindoestanen staan daardoor relativerender in het leven. Ik denk dat het daarom is dat in het christendom het kwaad weggedoezeld wordt, onder het tapijt geschoven.’ Jop maakt een veeggebaar.
‘Om met het kwaad bezig te houden is veel te eng in verband met die hel. Daarom zijn ze in het christendom zo bezig met het goede. Maar dat werkt niet, want dan herken je het kwade niet. Dat zit dan overal in, want het wordt ontkend en niet herkend omdat mensen er veel te bang voor zijn en het niet willen zien.
Maar als je weet dat het bij de cyclus hoort, dat het kwade even belangrijk is als het goede, kun je het zien, het benoemen, en als je het benoemt kun je het scheiden.’
Op je uitnodiging is plan A doorgekruist en plan B ernaast geschreven, dat is vast niet zomaar.
‘Nee, mijn vorige expositie was afgeblazen, dat was plan A, dat ging in op de nieuwe stadsontwikkelingen in Hengelo.
Omdat ik psychotisch werd is dat niet doorgegaan…toch was het een geweldig idee.’ Jop wordt enthousiast, ik kijk bedenkelijk.
‘A1 was ik zelf, A0 was goddelijk. Op de A1 van een schaakbord staat de toren, de toren was tevens het stadhuis van Hengelo, Hengelo staat aan de snelweg A1. A is het eerste letter van het alfabeth, 1 is het eerste cijfer. 0 is het onbenoembare, dat ik zelf A1 was is logisch.’
Ik kijk op van mijn schrijven, ‘hoezo waarom logisch?’ Jop zegt met een air van de gewoonste logica, ‘Nou dat is de ik die een expositie plande in het Agterhuis in Hengelo.’
‘Dit plan B is een nabevalling, een nageboorte van dat project. Daarom is op de uitnodiging de A doorgestreept en een B naast gezet. Ook om af te rekenen met die periode.’
‘Maar…het is niet voor niets dat ik die A heb doorgestreept, plan A ging echt te hard.’
Jop: ‘De betekenis van zoötroop las ik in een heel oud kramerswoordenboek, dat ik overigens later niet meer terug kon vinden, is een levendbarende metafoor. Dat vond ik wel een mooi gegeven.’
Mijn gezicht is vragend en Jop legt uit. ‘De associatie die je bij een zoötroop kunt hebben is bijvoorbeeld een wiel. ‘Maar’, Jop lacht, ‘je kunt het ook leuk vinden dat het een Lencopickup is van Zwitsers makelij. Je kunt het heel goed vinden, maar er niets van snappen.’
‘Of er niets van snappen en het heel slecht vinden’, zeg ik.
Jop: ‘Door het snelle ronddraaien is als je oppervlakkig kijkt het grijs te zien, maar als je goed kijkt zie je weer het zwartwitgeblokte patroon. Een wiel is een symbool van reïncarnatie, ja, daar heb je weer die onontkoombare cyclus.’
‘Maar’, Jop lacht grinnikend, ‘toen de opening plaatsvond kwam ik daar en stond ik opeens voor hekken, de boel was afgesloten vanwege een autorally die er plaats zou vinden. Vlak voor het raam scheurde een wroemwroemwroem auto langs en stopte even later met gierende remmen voor de ingang. Je kunt dat zwartwit patroon ook als finalevlag zien. Gelukkig zag ik de auto’s verder niet meer, anders was er bij de opening geen andere associatie mogelijk.’
‘Maar juist omdat het abstract is kun je je eigen associaties bedenken, kan het van alles betekenen, niet alleen: dit is het.’ Jop pauzeert, lacht dan: ‘Het lijkt me leuk dat er tijdens de expositie eens een Balinees langsloopt, die er iets mee kan…..en dat er dan zo’n rallywagen langs komt, haha.’
