Esther de Vries

‘Ik heb een hekel aan lijnen. Toch maak ik gebruik van lijnen in m’n schetsen. Dat is de basis, zo ontstaat de vorm. Je moet je eraan overgeven. Je moet niet willen ‘en nu gaan we een lijn tekenen’, je moet tekenen bijna uit een soort verveling, dan gebeurt het dat je geen mooie plaatjes maakt, dan ben je met het tekenen zelf bezig, niet met wat je hoofd wil en pas dan wordt het intuïtief.’

Ik sta in haar atelier, ze laat haar laatste werk zien, ‘het is nog niet af’, zegt ze resoluut, ‘er moet nog wat aan gebeuren.’
Ik kijk rond, een langwerpige tafel vol met verfklodders, ook de muren en de vloer zitten vol kleurige slierten en spetters, soms zijn de kleuren zo vermengd dat ze bijna grauwgrijs zijn. En stapels plastic bordjes met verschillende soorten verf, afgedekt met doorzichtig keukenplastic.

Ze heeft twee lokalen waar ze werkt. In het grote lokaal geeft ze portretlessen, daar hangt het vol met technische voorbeeldportretten en in het andere lokaal schildert ze samen met Jop Horst ‘ de derde persoon’, daar maakt ze ook haar autonome werk.
Een gang verbindt de twee lokalen. Haar leslokaal kijkt uit op een prachtig stuk verwilderde tuin. Schuifdeuren kunnen open en we zitten buiten, we kijken naar het hoge gras, gele toortsen en appelbomen.

In haar portretten komt de marktverkoper in haar naar boven: Business, opdrachten, er moet brood op de plank komen, dan spreekt ze over ‘even een portretje maken’, en dan voel ik hoe mijn tenen zich krommen bij de toevoeging ‘tje’, alsof haar portretkunst niets anders is dan waren die uitgestald worden: Mevrouw, meneer, even een portretje laten maken? Lekkere bloemkooltjes!
Alsof haar portretkunst zomaar eventjes live wordt uitgeoefend, alsof er een hele rits portrettekenaars zitten te wachten op klanten. Maar nee, er zijn niet veel kunstenaars die het aandurven om op de markt te zitten met publiek om zich heen, om ter plekke degene te tekenen die voor ze zit. Dan werkt Esther als een beeldhouwer, tekenen, vegen, gummen, tekenen, vegen, smeren, net zolang tot diens dubbelganger haar vanaf het papier aankijkt.
Maar als ze het over haar eigen werk heeft is ze serieuzer, dat komt de diepgraver in haar naar boven die de spelonken van de kunst wil verkennen, die intuïtief werkt en orakelt, die geestelijke processen doorheeft en analyseert.

‘Ik ben geneigd om heel chaotisch te werk te gaan en dan alles kapot te maken, daarvoor gebruik ik de schetsen, ze zijn een soort houvast.’
We kijken naar het onaffe schilderij, en ze erkent:’Soms twijfel ik over het nut van schilderen, er zijn al zoveel schilderijen gemaakt. Maar toch, dat wat je stapsgewijs binnen dat schilderij tegenkomt, dat is het genot; je doet mee.’
’Maar heel vaak sta je naar een schilderij te kijken in een soort blokkade en de volgende dag weer. Op een gegeven moment ben je bezig met de vorm en dan doe je weer mee. Dat kun je vergelijken met een mooie droom waar je in mee doet, het laat je meedoen.’


‘Het liefst zou ik alle etappes overslaan en meteen heen gaan waar ik wil, maar het lijkt erop dat je er helemaal door heen moet, door al die etappes. Soms ben ik bang dat ik uiteindelijk theekoppen zit in te vullen. Zoals dat schilderij dat die miljonair op tv achter zich had hangen.’ Ik begrijp niet welke miljonair mijn zus bedoelt, maar ik zie haar al voor me, gefrustreerd bezig met het invullen van geschetste kopjes.
‘Het is een soort conclusie, als het komt kun je er niets aan doen en als je dat niet wil moet je toch door die conclusie heen om verder te kunnen gaan.’
Het enige plezier in schilderen is als het schilderij met-zich-mee-laat-doen. Verder is kunst voor mijn zus vooral frustratie en hard werken. In haar autonome werk zijn het vooral figuren die een situatie uitbeelden, reageren op elkaar, flikflooien en spelen. Haar schilderijen zullen misschien aan zwaarte inboeten als zijzelf wat speelser zou kunnen werken.
Ze besluit nogmaals met kritische blik, terwijl we nog steeds naar het schilderij kijken, ‘nee, het is nog niet af’.

Esther de Vries heeft drie projecten: het portrettekenen, ‘de kick van het live-gebeuren op markten en braderieën’ (in de zomer op de zaterdagmarkt in Enschede), dan ‘de derde persoon’, een samenwerkingsverband met kunstenaar Jop Horst en daarnaast haar eigen werk. Tot en met 19 september is een expositie te zien op de zondagen in Hoeve Overslot, een culturele prachtige boerderij in Egmond aan den Hoef.
