Folkert de Jong
Met de trein naar Groningen, dwalen in het museum, terwijl buiten sneeuwend nog meer wit bevriest. Folkert de Jong exposeert er zijn beelden van verschillende soorten schuim. Misschien is hij een sympathieke man, zachtmoedig. Maar in de kunst leeft hij glorieus zijn sarcasme uit.
Een vrouw kijkt in een spiegeltje, maakt zich op, hoge hakken, onder de stoel staat een doodshoofd, daar is geen twijfel mogelijk, daar is de dood, zij grijnslacht in de spiegel, zichtbaar voor de bezoeker, maar zij ziet het niet, flirtend met zichzelf in de spiegel.
Dan die blauwe schuit met de optocht clowneske soldaten zonder armen, benen, als: niets meer te verliezen, na de oorlog, de gekte van de oorlog overleefd is niets meer dat overblijft. We hebben door dit oorlogscircus te overleven de dood overwonnen, geen angst, geen pijn, alleen volkomen zotzijn. Het thema is niet nieuw, toch is de uitvoering virtuoos.

Sommige beelden moet je op je in laten werken, niet proberen te begrijpen. De vijf verschillende kleuren Abraham Lincoln’s naast elkaar, Abraham Lincoln als smeltkroespot van veel culturen.
En dan de gespietste verbrande lichamen aan houten palen, verwijzingen naar de eerste pioniers van Amerika. Je moest misschien op een bepaalde manier gek zijn om je te begeven in het onbekende Amerika van toen. Het is ook in de tijd van de inquisitie, de duistere Middeleeuwen gingen daar nog gewoon door. Het speelt in een andere tijd, waardoor er toch een gevoel van afstand is. Maar eigenlijk refereert het aan iedere oorlog, het imperialisme en het ontbreken van beschaving.


En eigentijdse beelden, een gezin, neergezegen, overgelaten aan armoede, de triestigheid sijpelt als zwart teer langs de benen.
Het geloof dat door alle eeuwen heen als voedsel der benadeelden enige troost moet bieden in ellende, wordt hier onderuit gehaald. Christus geschandpaald als paddestoelengebruiker, trippend aan het kruis.
Mooi is dat meisje, bijna wit zwevend boven de ton, spelend onschuld, geen vaste grond onder de voeten.




Groninger museum: Folkert de Jong tot 11 april 2010
